Nederlands English
06-07-2010

Onderzoek hulpverlening na crash Turkish Airlines gepubliceerd

De Onderzoeksraad voor Veiligheid, onder voorzitterschap van Prof. mr. Pieter van Vollenhoven heeft op 6 juli 2010 zijn definitieve bevindingen gepresenteerd van het onderzoek naar de hulpverlening na het ongeval met de Boeing van Turkish Airlines op 25 februari 2009.
 
Bij dit ongeval kwamen vijf passagiers en vier bemanningsleden om het leven en raakten 117 passagiers en drie bemanningsleden gewond. Het rapport over het onderzoek naar de crash zelf is door de Raad op 6 mei jl. gepubliceerd.

Het doel van het onderzoek is te beoordelen of uit het verloop van de hulpverlening na het vliegtuigongeval lessen zijn te trekken ter verbetering van de hulpverlening bij grote ongevallen in de toekomst.


Tegenstrijdige signalen over het verloop hiervan zoals het laat vrijgeven van de namen van de slachtoffers, berichten dat slachtoffers lang in het toestel vast zaten alvorens zij door de hulpverleners bevrijd werden en de kritiek van de hulpverleners op de werking van C2000, waren de aanleiding het onderzoek te starten.

Er is tijdens het onderzoek van de Raad gebleken dat ook belangrijke leerpunten uit vijf eerdere onderzoeken naar het verloop van de hulpverlening bij rampen en grote ongevallen onvoldoende zijn opgepakt. Zo zijn destijds na de café brand in Volendam de geleerde lessen in kaart gebracht maar komen de gesignaleerde problemen nog steeds terug.


De vraag is dan ook gerechtvaardigd of de geneeskundige hulpverlening bij zware ongevallen en rampen goed geregeld is, waar het gaat om inzet van de mobiel medische teams, de inzet bij bovenregionale ambulancebijstand en het vrijmaken van ziekenhuiscapaciteit in zijn algemeenheid.

 

Onderzocht moet worden of het voornemen van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot sluiting van de juist voor dit doel in 2008 geopende Landelijke Meldkamer Ambulance Zorg (LMAZ) wel moet worden geëffectueerd. Er dient eerst te worden onderzocht wat landelijk (centraal) en wat regionaal geregeld kan en moet worden. Uitgangspunt daarbij moet niet alleen zijn dat de betrokken regionale meldkamers ontlast worden maar ook dat de opvang van andere ongevalslachtoffers of acute zieken, de restdekking, voor andere regio’s in Nederland gewaarborgd blijft. In alle gevallen waarin de LMAZ vanaf de start om bijstand werd gevraagd is steeds adequaat gereageerd.

 

Het onderzoeksrapport kunt u hier lezen en/of downloaden [PDF]

Powered by Icewis Content Management System